Na het sluiten van een huurovereenkomst kan er veel gebeuren. Een huurder kan gaan samenwonen,…
Vergunning geweigerd zonder motivatie
Vergunning geweigerd zonder motivatie
Inleiding
Een bestuursorgaan kan nooit een vergunning weigeren zonder goede motivatie. Bij een besluit tot weigering dienen alle feiten, omstandigheden en belangen te worden afgewogen. Dit is ook het geval wanneer het bestuursorgaan de weigering baseert op advies van het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB).
Het LBB is gespecialiseerd in integriteitsscreening bij de aanvrager om te kunnen adviseren over het gevaar van misbruik van de vergunning. Gelet op de expertise van het LBB mag het bestuursorgaan in beginsel op basis van dit advies de vergunning weigeren. Dit neemt niet weg dat het gemeenteorgaan zich, zelfs na het advies van de LBB, goed dient te vergewissen van de feiten en omstandigheden die uit het onderzoek voortkomen. Deze feiten en omstandigheden moeten de weigering van de aangevraagde vergunning wel kunnen dragen.
Jurisprudentie
In een recente uitspraak wil een bestuursorgaan een exploitatievergunning weigeren op basis van het LBB-advies[1]. In dit rapport heeft het LBB geoordeeld dat er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Het bestuursorgaan heeft op basis van dit advies de vergunning willen weigeren. Omdat weigering leidt tot sluiting van de exploitatie heeft aanvrager een voorlopige voorziening aangevraagd.
De rechter heeft in deze uitspraken 3 afwegingen naar voren gebracht:
- Zijn er strafbare feiten op zorgvuldige wijze tot stand gekomen?
Wanneer uit het onderzoek van het LBB strafbare feiten naar voren komen moet het bestuursorgaan onderzoeken of deze feiten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. Deze feiten moeten de conclusies van het rapport kunnen dragen. Uit het LBB rapport is naar voren gekomen dat aanvrager verschillende lasten onder dwangsom had gekregen. Hierdoor zou ernstig gevaar van misbruik van de vergunning ontstaan. Echter heeft het rapport miskent dat meerdere overtredingen die tot deze lasten hebben geleid zijn gelegaliseerd. Verder is aanvrager bij andere opgelegde lasten in bezwaar en beroep gegaan waardoor er sprake is van een verschil van mening in plaats van een feitelijke overtreding.
- Staan deze strafbare feiten in verband met de gevraagde vergunning?
Het constateren van gevaar voor overtredingen door overtredingen in het verleden is niet voldoende om een vergunning te weigeren. De overtredingen moeten voldoende samenhang hebben met de beoogde vergunning. In deze uitspraak waren arbeidsovertredingen geconstateerd bij een ander pand een vennoot van de aanvrager. Doordat de overtreding was geconstateerd bij een ander pand wordt het gevaar van overtreding beperkt. Het gaat immers om een andere locatie. Daarnaast voldoet het pand waar de vergunning voor is aangevraagd volledig aan de wabo-regelgeving.
- Is weigering van de vergunning wel evenredig met de ernst van de strafbare feiten?
De vergunning mag alleen geweigerd worden wanneer de ernst van het gevaar voor strafbare feiten evenredig of zwaarder is. Wanneer overtredingen aangemerkt kunnen worden als misdrijven maakt niet dat er direct sprake is van ernstige strafbare feiten. De afweging of er sprake is van ernstige strafbare feiten hangt onder andere af van de aanpak van het ongedaan maken van de overtreding. Zo speelt het een rol wanneer de overtredingen afgedaan zijn met bestuurlijke handhavingsbesluiten of strafrechtelijke sancties. De bestuursrechtelijke weg geeft een begunstigingstermijn tot herstel van de overtreding. Wanneer herstel (vrijwillig) heeft plaatsgevonden dient de overtreding minder zwaar mee te wegen in de beoordeling tot weigering van de vergunning dan wanneer de overtreding ongedaan wordt gemaakt via een strafrechtelijke sanctie.
Conclusie
Het bestuursorgaan dient zich, bij weigering van een vergunning, goed te vergewissen van de feiten en omstandigheden. Zelfs wanneer negatief advies wordt gegeven door het LBB dient het gemeenteorgaan dit rapport goed te bestuderen. Het is van belang dat het advies met voldoende zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Daarnaast dient er te worden gekeken of de strafbare feiten in het advies of een ander onderzoek voldoende samenhang heeft met de gevraagde vergunning. Tot slot zal het bestuursorgaan goed moeten controleren of de overtredingen zwaar genoeg wegen om een weigering te kunnen dragen. Bestuursorganen zullen door deze uitspraak beter moeten motiveren waarom gekozen wordt voor een weigeringsbesluit voor een vergunning,
ECLI:NL:RBZWB:2024:8207
